Onafhankelijk platform voor olieafscheidersGratis capaciteitsberekeningBel 06 2000 61 71
Kennisbank

Begrippenlijst olieafscheiders

De vaktaal rond de vetput in gewone woorden uitgelegd. Van emulsie en dichtheid tot T-stuk, sifon en b.o.b., met voorbeelden waar het helpt.

Een olieafscheider werkt op zwaartekracht: vet en olie drijven omhoog, zware etensresten bezinken, en alleen het schone water in het midden loopt door naar het riool. De vaktermen hieronder beschrijven dat scheidingsproces, de onderdelen van de put, de materialen en de norm NEN-EN 858. Zoek op een woord of blader per thema.

77 termen

Namen & typen

Olieafscheiderofficiële naam

Het toestel dat minerale olie en benzine uit het afvalwater haalt voordat het naar het riool gaat. Onmisbaar bij was- en terreinafwatering. Werkt volgens NEN-EN 858. Niet te verwarren met een afscheider voor keukenvet, want dat is een andere stof en een andere norm.

LichtevloeistofafscheiderLVA

De normterm voor dezelfde installatie. Een lichte vloeistof is olie of benzine die lichter is dan water en dus opdrijft. NEN-EN 858 heet voluit de norm voor olie- en lichtevloeistofafscheiders.

Voorbeeld: In offertes en tekeningen ziet u vaak de afkorting LVA staan. Bedoeld wordt gewoon de olieafscheider.

Coalescentieafscheiderklasse I

Een afscheider met een coalescentiefilter dat heel fijne oliedruppels laat samensmelten tot grote druppels die alsnog opdrijven. Zo blijft het restoliegehalte onder 5 mg/l. Dat is klasse I, de strengste uitvoering.

Zwaartekrachtafscheiderklasse II

Een afscheider die alleen op zwaartekracht en een grofvuilscherm werkt, zonder coalescentiefilter. Het restoliegehalte blijft onder 100 mg/l. Dat is klasse II, bedoeld voor situaties waar een lagere eis volstaat.

Bypass-afscheidermet interne omloop

Een afscheider voor grote oppervlakken zoals parkeerterreinen. De vuile eerste stroom gaat volledig door het scheidingsdeel, terwijl de schone piek van een zware bui via een interne bypass langs de scheiding loopt. Zo blijft de put compact zonder de werking te verliezen.

KWS-afscheiderkoolwaterstoffenafscheider

Weer dezelfde installatie. KWS staat voor koolwaterstoffen, de scheikundige familie van minerale olie, diesel en benzine. Een koolwaterstoffenafscheider is dus een olieafscheider. U ziet de term vooral in technische stukken en in Belgie.

Benzineafscheider

Ook dit is dezelfde olieafscheider, met de nadruk op benzine. Benzine laat zich juist goed afscheiden omdat de dichtheid laag is en de vloeistof vlot opdrijft. Niet te verwarren met een afscheider voor keukenvet, want dat is een andere stof en een andere norm.

Lamellenafscheiderlamellenpakket

Een afscheider met een pakket schuine platen. Olie en slib scheiden zich af tegen de lamellen over een groot inwendig oppervlak, waardoor de installatie compact kan blijven bij dezelfde capaciteit.

Olie-benzineafscheiderOBAS

Een andere veelgebruikte naam voor de olieafscheider. De benaming benadrukt dat de installatie zowel olie als benzine uit het afvalwater haalt. Het gaat om precies hetzelfde toestel volgens NEN-EN 858.

Integrale afscheidercompacte uitvoering

Een uitvoering waarin de slibvangput, de olieafscheider en de controleput in één toestel zitten. Het alternatief is een losse opstelling met drie aparte putten. De compacte vorm bespaart ruimte, terwijl een losse opstelling met een ruime slibvang handiger is waar veel slib vrijkomt.

Volledige afscheiderfull retention

Een afscheider die de hele aangevoerde stroom behandelt, zonder omloop. Het tegenovergestelde van een bypass-afscheider. Nodig waar ook de piek van een zware bui vervuild kan zijn, bijvoorbeeld bij een tankstation of een werkplaats.

Werking & scheiding

Coalescentiesamensmelten

Het samensmelten van kleine oliedruppels tot grote. Grote druppels drijven sneller op, en juist daarop berust de klasse I afscheider.

Voorbeeld: Coalescentie werkt zoals regendruppels die op een ruit samenlopen tot één grote druppel.

Minerale oliekoolwaterstoffen

Olie en brandstof uit aardolie, zoals motorolie, diesel en benzine. Lichter dan water en daarom afscheidbaar. Benzine en de meeste minerale olie zitten qua dichtheid onder 0,85 g/cm³, wat gunstig is voor de scheiding.

Hemelwaterregenwater

Het regenwater dat van daken en verharding afstroomt. Op een terrein of parkeerplaats voert het olie en slib mee. In de berekening telt de hemelwateraanvoer als Qr, gerekend met 0,015 l/s per m² aangesloten oppervlak.

Voorbeeld: Die 0,015 l/s per m² hoort bij een rekenregen van 54 mm per uur.

Emulsieolie fijn in water

Een fijne, stabiele menging van olie in water, vaak veroorzaakt door reinigingsmiddel. Zulke olie drijft niet vanzelf op en bemoeilijkt daardoor de scheiding. Daarom telt reinigingsmiddel in de berekening zwaar mee.

Afkoppelenschoon en vuil scheiden

Schoon hemelwater apart houden van vuil water, zodat het niet onnodig door de afscheider gaat. Dat verlaagt de belasting van de installatie en houdt de scheiding effectief voor het water dat er echt langs moet.

Dichtheidsverschilwaarom olie opdrijft

Het verschil in dichtheid tussen water en olie is de motor van de hele scheiding. Olie is lichter dan water en stijgt naar het oppervlak, terwijl zwaarder slib bezinkt. Zonder dat verschil zou een afscheider niet werken.

Flotatieopdrijven van olie

Het opdrijven van olie naar het wateroppervlak door het dichtheidsverschil. Flotatie vormt de bovenste drijflaag die de afscheider vasthoudt, tegenover bezinking waarbij het slib juist naar de bodem gaat.

Bezinkingbezinken van slib

Het bezinken van zand, gruis en slib op de bodem doordat die zwaarder zijn dan water. Bezinking gebeurt in de slibvang, terwijl de lichtere olie tegelijk opdrijft. Samen halen bezinking en flotatie het vuil uit het water.

Verblijftijdtijd om te scheiden

De tijd die het water in de afscheider doorbrengt. Het water moet genoeg tot rust komen zodat de olie kan opdrijven en het slib kan bezinken. Te veel debiet verkort de verblijftijd en verslechtert de scheiding, en juist daarom telt de nominale grootte zo zwaar.

FAME (biodiesel)omge-estherde brandstof

Fatty Acid Methyl Esters, biodiesel van plantaardige oorsprong die met minerale diesel wordt bijgemengd. FAME is een omge-estherde brandstof met vrijwel dezelfde eigenschappen als minerale brandstof, dus ook FAME moet via een olieafscheider uit het afvalwater. Zuiver FAME heeft een soortelijke massa rond 0,883 g/cm³, wat de afscheider zwaarder belast dan gewone diesel.

Bij tankterminals en biodieselopslag telt dit mee in de klasse en de maat.

First flusheerste vuile regen

De eerste, meest vervuilde scheut regenwater die van een terrein afstroomt en de meeste olie en slib meevoert. Een bypass-afscheider behandelt juist die first flush volledig en laat de schonere piek eromheen lopen.

Afscheidbaarheidwel of niet af te scheiden

Of een stof zich op zwaartekracht laat afscheiden hangt van drie dingen af. De dichtheid moet lager zijn dan die van water, in de praktijk tot ongeveer 0,95 g/cm³. De stof mag niet of nauwelijks in water oplossen. En hij mag geen stabiele emulsie vormen. Voldoet een stof daaraan, dan drijft hij op en vangt de afscheider hem af.

Voorbeeld: Benzine en minerale olie drijven goed op. Stoffen die zwaarder zijn dan water of erin oplossen laten zich niet zomaar afscheiden.

Influentinkomend afvalwater

Het vervuilde water dat de afscheider binnenkomt, met olie en slib erin. Zuiver hemelwater van daken hoort daar niet bij, want dat kan beter apart worden afgevoerd.

Effluentuitgaand water

Het gezuiverde water dat de afscheider verlaat. In het effluent wordt het restoliegehalte gemeten, onder 5 mg/l voor klasse I en onder 100 mg/l voor klasse II.

Hevelwerkingleeglopen door heveleffect

Het ongewild leeglopen van de afscheider door een heveleffect, bijvoorbeeld bij een sterk dalend waterniveau. Een goede automatische afsluiter sluit ook bij hevelwerking, zodat er geen olie meelekt naar het riool.

Onderdelen van de put

Slibvangputvoorbezinking

Het compartiment vóór of in de afscheider waar zand, gruis en slib bezinken voordat het water verder scheidt. Volgens NEN-EN 858-2 wordt de slibvang gedimensioneerd op de te verwachten hoeveelheid slib. Een wasstraat produceert relatief veel slib en vraagt dus om een ruime slibvang.

Afschotafwatering, helling

De lichte helling waarmee een leiding op zwaartekracht afwatert. Te weinig afschot geeft stilstand en aanslag, te veel laat het water te snel weglopen en het vaste materiaal achter. Goede afwatering brengt het water vanzelf naar de afscheider.

Automatische afsluitervlotterafsluiter

Een vlotter die de uitgang van de afscheider automatisch sluit zodra de olielaag het maximum bereikt. Zo stroomt er geen olie door naar het riool als de put vol raakt. NEN-EN 858 vraagt dat de instelling ervan bij de vijfjaarlijkse keuring wordt gecontroleerd.

Waarschuwingsinstallatiealarm

Het instrument dat een alarm geeft bij een te hoge olielaag of een volle slibvang. Het waarschuwt u op tijd, zodat u laat legen voordat er olie meeloopt naar het riool. Het functioneren wordt bij de halfjaarlijkse controle getest.

Coalescentiefilterfilterpakket klasse I

Het filterpakket in een klasse I afscheider waar heel fijne oliedruppels tegenaan lopen en samensmelten tot grote druppels. Die grote druppels drijven alsnog op, waardoor het restoliegehalte onder 5 mg/l blijft.

Controleputmonsternamevoorziening

Een put na de afscheider waar u een representatief monster van het gezuiverde water kunt nemen. Zo is de kwaliteit van de lozing controleerbaar voordat het water zich met ander water mengt.

Ontluchtingluchtafvoer

De luchtafvoer op de installatie die druk- en gasproblemen voorkomt. Een goede ontluchting laat lucht ontsnappen en ondersteunt zo de goede werking van de afscheider.

Zandvangzandvangput

Het bezinkdeel dat de grovere korrel opvangt. Zanddeeltjes groter dan ongeveer 63 micrometer bezinken hier, terwijl de fijnere slibdeeltjes in de slibvangput bezinken. Bij veel straatvuil of bouwzand houdt de zandvang de afscheider langer schoon.

Duikschotschotwand

Een wand die tot onder de waterspiegel reikt, zodat het water er onderdoor moet en de opgevangen olie erachter blijft drijven. Het duikschot houdt de drijflaag tegen en voorkomt dat olie met de uitstroom meeloopt naar het riool.

Bypassputomloop bij piekdebiet

De voorziening die bij een zware bui het overtollige, schonere water om het scheidingsdeel heen leidt. Bij normaal debiet gaat alles door de afscheider, en pas bij een piek opent de omloop. Vaak gecombineerd met een verzamelput die de stromen daarna weer samenbrengt.

Drijflaagopgevangen olie

De laag olie die zich bovenop het water in de afscheider verzamelt. De drijflaag wordt vastgehouden tot hij wordt afgezogen. Wordt hij te dik, dan is het tijd om te legen.

Oliebergingolieopslagcapaciteit

De ruimte in de afscheider waar de opgevangen olie in de drijflaag wordt bewaard. Bereikt de olie tachtig procent van die berging, dan is legen nodig voordat er olie mee naar het riool loopt.

Inlaatkamerinstroom en verdeling

Het instroomdeel aan de ingang van de afscheider. Een horizontaal schot onderin remt en verdeelt de waterstroom, zodat het water rustig de afscheider in gaat en de scheiding goed op gang komt.

Uitlaatgarnituurzwanenhals

De uitloop aan de uitgang, vaak als zwanenhals gevormd, die het water onder de olielaag door afvoert. Zo blijft de opgevangen olie achter in de drijflaag in plaats van mee te lopen naar het riool.

Opbouwschachttoegangsschacht

De schacht tussen de put en het deksel op het maaiveld, in hoogte aan te passen met opzetstukken. Via deze schacht zijn de onderdelen bereikbaar voor inspectie, monstername en onderhoud.

Materiaal & uitvoering

Betonzwaar en duurzaam

Zwaar, zeer duurzaam materiaal dat stabiel in de grond ligt. Geschikt voor grote ondergrondse afscheiders, ook onder zware verkeersbelasting op een terrein.

Kunststof (HDPE)PE100

Hogedichtheid-polyetheen, een licht en corrosievrij kunststof waar veel afscheiders van gemaakt zijn. Roest niet, is glad en dus goed te reinigen, en gaat lang mee.

Vloeistofdichte vloerkeuringsplichtig

Een vloer die geen vloeistof naar de bodem doorlaat. Op veel was-, tank- en werkplaatsen is zo'n vloer verplicht, en hij wordt periodiek gekeurd. Zo blijft gemorste olie boven en gaat die naar de afscheider in plaats van de grond in.

PE-liningkunststof binnenbekleding

Een laag polyetheen aan de binnenzijde van een betonnen afscheider. Bij agressieve stoffen zoals biodiesel (FAME) beschermt de lining het beton tegen aantasting, zodat de put zijn kwaliteit en dichtheid houdt.

Verkeersklassebelastbaarheid deksel

De sterkteklasse van de put, de dekplaat en het deksel volgens EN 124. Ligt de afscheider in een rijbaan of op een terrein met vrachtverkeer, dan is een zware klasse nodig, terwijl in een groenstrook een lichtere klasse volstaat.

Berekening & norm

NEN-EN 858de norm

De Europese norm voor olie- en lichtevloeistofafscheiders, in twee delen. Deel 1 stelt eisen aan het product en de klassen, deel 2 gaat over het kiezen, plaatsen, dimensioneren en onderhouden. De hele berekening en keuze draait om deze norm.

Nominale grootte (NS)capaciteit in l/s

De maat van een afscheider, de doorstroomcapaciteit in liter per seconde. Een NS 4 verwerkt tot 4 liter afvalwater per seconde. De uitkomst van de berekening wordt naar boven afgerond op een standaardmaat.

Voorbeeld: De norm bepaalt NS met de formule NS = (Qr + fx × Qs) × fd.

Belemmeringsfactor (fx)0, 1 of 2

De correctie voor stoffen die de scheiding hinderen. fx is 0 bij schoon hemelwater, 1 bij een beschermde vloer zonder reinigingsmiddel, en 2 zodra er reinigingsmiddel of een industrieel proces bij komt. Een wasstraat rekent met fx = 2.

Dichtheidsfactor (fd)hangt af van dichtheid en klasse

De correctie voor het soort olie, die afhangt van de dichtheid én de klasse van de afscheider. Tot 0,85 g/cm³ is fd altijd 1. Tussen 0,85 en 0,90 rekent klasse I met 1,5 en klasse II met 2. Tussen 0,90 en 0,95 rekent klasse I met 2 en klasse II met 3. Benzine en de meeste minerale olie blijven onder 0,85, dus fd = 1.

Deze klasse-afhankelijke waarden komen uit NEN-EN 858-2. Sommige samenvattingen tonen alleen de klasse II-kolom (1, 2, 3).

Qr en Qsde twee stromen

De twee waterstromen in de berekening. Qr is de hemelwateraanvoer in l/s, gelijk aan het aangesloten oppervlak in m² maal 0,015. Qs is de vuil- of proceswaterafvoer in l/s, bijvoorbeeld het spoelwater van een wasstraat. Samen vormen ze de basis voor de nominale grootte.

Klasse Icoalescentieafscheider

De strengste klasse. Het restoliegehalte blijft onder 5 mg/l, gehaald met een coalescentiefilter. Nodig waar hoge eisen gelden aan het geloosde water.

Klasse IIzwaartekrachtafscheider

De lichtere klasse. Het restoliegehalte blijft onder 100 mg/l, zonder coalescentiefilter, met alleen een grofvuilscherm. Voor situaties waar een lagere eis volstaat.

Restoliegehaltehoe schoon eruit

Hoeveel minerale olie er nog in het uitgaande water zit, uitgedrukt in mg/l. Klasse I blijft onder 5 mg/l, klasse II onder 100 mg/l. Hoe lager, hoe beter de afscheider presteert.

Prestatieverklaring (DoP)CE-markering

De verklaring waarmee de fabrikant vastlegt dat een afscheider volgens NEN-EN 858-1 presteert, met de CE-markering als zichtbaar bewijs. Ze toont de klasse en de nominale grootte van het product. Vraag deze documenten op, want ze horen bij een afscheider die aan de norm voldoet.

Neerslagintensiteit0,015 l/s per m²

Het rekengetal voor de hemelwaterbelasting, 0,015 l/s per m² aangesloten oppervlak. Dat komt overeen met een rekenregen van 54 mm per uur en bepaalt mede de nominale grootte.

CE-markeringvoldoet aan de eisen

De verplichte markering waarmee wordt verklaard dat het product aan de Europese eisen voldoet. Voor een afscheider betekent dat overeenstemming met NEN-EN 858-1. Zie het als het zichtbare bewijs dat de installatie deugt.

NEN-EN 858-1product en klassen

Het normdeel met de eisen aan het product en de klassen. Hier staat waaraan de afscheider zelf moet voldoen, zoals het restoliegehalte per klasse.

NEN-EN 858-2dimensionering en gebruik

Het normdeel over dimensionering, plaatsing, gebruik en onderhoud. Hier staat hoe u de juiste maat kiest en de installatie in bedrijf houdt.

Verzwaringsfactorextra factor bij biodiesel

Een extra correctie boven op de gewone berekening zodra er biodiesel (FAME) in het afvalwater komt. Omdat FAME lastiger afscheidt dan gewone olie, geeft de Duitse norm DIN 1999-101 verzwaringsfactoren per mengverhouding FAME/diesel. Boven de tien procent FAME rekent u met een hogere factor en dus een grotere afscheider.

DIN 1999-101Duitse afscheidernorm

De Duitse norm voor olie- en lichtevloeistofafscheiders, verwant aan NEN-EN 858. Ze geeft onder meer verzwaringsfactoren voor biodiesel (FAME) in verschillende mengverhoudingen, die de Nederlandse norm niet apart benoemt. Een bruikbaar houvast bij tankterminals en biodieselopslag.

Debietpiekdebiet

De hoeveelheid water die per seconde door de afscheider stroomt, in liter per seconde. Het piekdebiet is de zwaarste momentane belasting, bijvoorbeeld tijdens een felle bui. Op dat piekdebiet is de nominale grootte afgestemd, en juist daarvoor bestaat de bypass.

Onderhoud & regels

Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)onder de Omgevingswet

De landelijke regels voor bedrijfsmatige activiteiten, sinds 2024 onder de Omgevingswet. Oliehoudend afvalwater van een wasstraat of wasplaats mag alleen naar het vuilwaterriool. Een slibvangput plus olieafscheider conform NEN-EN 858 is verplicht.

Vuilwaterrioolhet gewone riool

Het riool voor afvalwater richting de zuivering. Oliehoudend waswater mag hier alleen naartoe ná de afscheider. Lozen op het hemelwaterriool, de bodem of oppervlaktewater is verboden.

Emissiegrenswaardede lozingseis

De bovengrens voor wat er nog in het geloosde water mag zitten. In de praktijk 20 mg/l minerale olie op het vuilwaterriool. Blijft de lozing daarboven, dan voldoet u niet.

Meldingsplichtmelden bij bevoegd gezag

Een wasstraat of wasplaats moet de activiteit minstens vier weken vooraf melden bij het bevoegd gezag. Zonder die melding mag u niet starten.

Logboekonderhoudsregistratie

De verplichte registratie van het onderhoud. Elke controle, lediging en afvoer legt u hierin vast, samen met de afgiftebewijzen van de erkende inzamelaar. Bij een controle of keuring moet u het logboek kunnen tonen.

Vijfjaarlijkse keuringmaximaal 1x per 5 jaar

De grondige keuring die maximaal eens per vijf jaar plaatsvindt. De afscheider wordt leeggemaakt en volledig nagelopen: waterdichtheid en lekkage, constructie, het functioneren van onderdelen en elektronische instrumenten, en de instelling van de automatische afsluiter. Een geaccrediteerd inspecteur voert de keuring uit.

Olielaagdiktedikte drijflaag

De gemeten dikte van de opgevangen drijflaag olie in de put. Samen met het slibniveau bepaalt die wanneer legen nodig is. Loopt de laag te hoog op, dan is het tijd om te laten afvoeren.

Hemelwaterrioolalleen schoon regenwater

Het riool voor uitsluitend schoon regenwater. Oliehoudend water mag hier niet ongezuiverd op, want dan komt de olie zonder zuivering in het milieu terecht.

Dichtheidsbeproevinglekdichtheidstest

De test die aantoont dat de afscheider en de slibvangput waterdicht zijn en niet naar de bodem lekken. Het is een vast onderdeel van de vijfjaarlijkse keuring.

Omgevingswetsinds 1 januari 2024

De wet die sinds 1 januari 2024 de omgevings- en milieuregels bundelt. Onder deze wet valt ook het lozen van oliehoudend afvalwater.

Maatwerkvoorschriftafwijkende eis

Een individueel besluit waarmee het bevoegd gezag strengere of afwijkende eisen stelt. Zo kan voor uw situatie een aparte regel gelden bovenop de landelijke voorschriften.

Bevoegd gezaggemeente of waterschap

De instantie die de regels stelt en handhaaft. Meestal is dat de gemeente of de omgevingsdienst, en bij lozing op oppervlaktewater het waterschap. Daar dient u ook uw melding in.

Bedrijfsafvalstofafgevoerde olie en slib

De afgevoerde olie en het slib uit de put. Dit wordt via een erkende inzamelaar verwerkt, en de afgiftebonnen bewaart u voor uw logboek.

Vullingsgraadwanneer legen

Hoe vol de put zit met slib en olie, uitgedrukt als percentage. De vuistregel uit NEN-EN 858 is legen zodra de slibvang voor de helft vol zit of de olielaag tachtig procent van de olieberging bereikt. Legen gebeurt dus op vullingsgraad, niet op een vaste datum.

Afbreektijd reinigingsmiddelbinnen 15 minuten

De tijd waarin een reinigingsmiddel zijn binding met olie loslaat. Blijft die binding te lang bestaan, dan houdt het middel de olie in een stabiele emulsie en scheidt ze niet af. Gebruik daarom afscheidervriendelijke middelen die snel afbreken, in de praktijk binnen een kwartier.

Verder lezen

Uw eigen situatie doorrekenen?

Wij rekenen onafhankelijk volgens NEN-EN 858 en verbinden u met de juiste partij.

Kunststof controleput met aansluitingen aan twee zijden op een verhard terrein
Van term naar praktijk

De term kent u nu. En uw situatie?

Begrippen als nominale grootte, belemmeringsfactor en klasse I krijgen pas betekenis zodra u ze op uw eigen terrein loslaat. Reken het na en zie welke getallen er bij uw lozing horen.