Een olieafscheider voor bedrijfsmatig gebruik moet voldoen aan NEN-EN 858-1 en -2. Deel 1 regelt het ontwerp en de beproeving, deel 2 de berekening van de nominale grootte, de installatie en het onderhoud, met klasse I onder 5 mg/l restolie en klasse II onder 100 mg/l. Loost u oliehoudend water, bijvoorbeeld vanuit een wasstraat of een wasplaats, dan verplicht het Besluit activiteiten leefomgeving u tot een slibvangput en een afscheider volgens die norm. De norm zelf is betaald en technisch. Hieronder leest u in gewone taal wat er praktisch van u wordt gevraagd, en waar het Bal verder gaat dan de norm.
NEN-EN 858
CE-markeringWanneer bent u verplicht een olieafscheider te hebben
Het zijn twee vragen, en ze worden voortdurend door elkaar gehaald. De eerste is of uw activiteit onder het Besluit activiteiten leefomgeving valt, dat sinds 2024 de lozingsregels van de Omgevingswet uitwerkt. Twaalf paragrafen wijzen situaties aan waarin oliehoudend afvalwater vrijkomt, van tanken en wassen tot metaalbewerking, autodemontage en jachthaven. Valt u daaronder, dan geldt een emissiegrenswaarde van 20 milligram minerale olie per liter, en de weg daarheen is een slibvangput met een olieafscheider volgens NEN-EN 858-1 en -2.
De tweede vraag is waar dat water heen mag, en daar ontstaat het misverstand. Het Bal regelt uitsluitend de lozing van oliehoudend afvalwater op het vuilwaterriool. Andere routes regelt het niet, en die zijn langs deze weg dus niet toegestaan. Dat betekent niet dat u geen afscheider nodig heeft zodra u op het vuilwaterriool loost. Het betekent het omgekeerde. Het vuilwaterriool is de enige toegestane bestemming, en de afscheider is de voorwaarde om er te mogen komen. Lozen op het hemelwaterriool, in de bodem of op oppervlaktewater is geen alternatief met een zwaardere afscheider, het is een route die het Bal niet opent.
Toch komt oppervlaktewater soms wel in beeld, alleen niet via het Bal. Uw gemeente en uw waterschap kunnen die route openen met een maatwerkvoorschrift, een regel in het omgevingsplan of de waterschapsverordening. Het waterschap weegt dan de ligging en de capaciteit van het vuilwaterriool tegen de kwetsbaarheid van het oppervlaktewater. Krijgt u die route, dan wordt de eis strenger in plaats van soepeler, want uw water gaat dan niet meer langs een zuivering. In de praktijk komt daar vrijwel altijd een klasse I afscheider uit.
Hemelwater van een verhard terrein is nog een derde stroom, met een eigen spoor. Afstromend regenwater van een parkeerterrein of een tankplaats is geen procesafvalwater van een activiteit, en of daar een afscheider voor nodig is beslist het bevoegd gezag ter plaatse. Schoon hemelwater van een dak hoort er juist niet op, want dat verdunt de stroom en maakt de afscheider onnodig groot.
Blijft over het overgangsrecht. Op 2 november 2010 werd de oude NEN 7089 ingetrokken. Een slibvangput en olieafscheider die voor die datum is geplaatst hoeft niet aan NEN-EN 858-1 en -2 te voldoen, maar moet wel zijn afgestemd op de hoeveelheid water die erdoorheen gaat. De lozingseis blijft onverkort gelden en leeftijd is geen verweer. Wie een wasstraat of wasplaats start of wijzigt, meldt dat minstens vier weken vooraf bij het bevoegd gezag. Twijfelt u of uw activiteit onder deze plicht valt, dan helpen wij u dat feitelijk te onderbouwen.
Wat de twee delen van de norm regelen
NEN-EN 858-1 beschrijft het ontwerp, de eisen en de beproeving van de afscheider zelf. NEN-EN 858-2 beschrijft hoe u de nominale grootte (NS) bepaalt, hoe de afscheider hoort te worden geïnstalleerd en welk onderhoud verplicht is.
De nominale grootte volgt uit twee waterstromen. De hemelwateraanvoer Qr komt uit het oppervlak, de aard van de verharding en de regenintensiteit. Het bedrijfsafvalwater Qs komt uit de aangesloten toestellen. Beide worden vermenigvuldigd met de dichtheidsfactor fd. Omdat regen en bedrijfsafvalwater zelden gelijktijdig lozen, bepaalt de grootste van de twee de maat. De belemmeringsfactor fx verdubbelt de bedrijfsstroom zodra er reinigingsmiddel of proces bij komt. Reken uw situatie na met onze capaciteitsberekening.
Een wasstraat rekent met fx = 2, waardoor het proceswater dubbel meetelt en de benodigde afscheider groter uitvalt.
De dichtheidsfactor fd
De dichtheidsfactor fd corrigeert voor de zwaarte van de op te vangen vloeistof. Hij hangt af van de dichtheid én van de klasse van de afscheider, en bepaalt rechtstreeks de maat die u nodig heeft.
| Dichtheid lichte vloeistof | Klasse I (coalescentie) | Klasse II (zwaartekracht) |
|---|---|---|
| tot 0,85 g/cm³ (benzine, meeste minerale olie) | 1 | 1 |
| 0,85 tot 0,90 g/cm³ (diesel, lichte olie) | 1,5 | 2 |
| 0,90 tot 0,95 g/cm³ (zware olie) | 2 | 3 |
De slibvangput: hoe groot moet die zijn
Vóór de afscheider hoort een slibvangput, die zand, gruis en zware delen laat bezinken. NEN-EN 858-2 dimensioneert die put met dezelfde nominale grootte: de inhoud is een factor maal NS gedeeld door fd. De factor volgt uit de te verwachten slibhoeveelheid. U rekent met 100 bij weinig slib, met 200 bij een gemiddelde belasting zoals een tankstation of een handmatige wasplaats, en met 300 bij veel slib, bijvoorbeeld een wasstraat of een zwaar vervuild terrein. De put is nooit kleiner dan 600 liter, en bij een automatische wasinstallatie geldt een minimum van 5000 liter. Een ruime slibvangput houdt de afscheider schoon en verlengt de tijd tussen ledigingen.
Automatische afsluiter, alarm en logboek
De norm vraagt meer dan een goede maat. Een olieafscheider heeft een automatische afsluiter, een vlotter die de uitgang sluit zodra de olielaag het maximum bereikt. Zo stroomt er geen olie door naar het riool wanneer de put vol raakt. Daarnaast hoort een waarschuwingsinstallatie die een alarm geeft bij een te hoge olielaag of een volle slibvang, zodat u op tijd laat legen. Van het onderhoud houdt u een logboek bij: dat is verplicht en u moet het bij een controle of keuring kunnen tonen. Hoe u dat praktisch invult, leest u op onderhoud.
Klasse I en klasse II: welk zuiveringsniveau u nodig heeft
De norm kent twee klassen. Een coalescentieafscheider is klasse I en brengt het restgehalte aan olie terug tot onder 5 milligram per liter. Een zwaartekrachtafscheider is klasse II en komt tot onder 100 milligram per liter. Welke klasse u nodig heeft, hangt af van de lozingseis die voor uw situatie geldt. Op het vuilwaterriool ligt de emissiegrenswaarde in de praktijk op 20 milligram minerale olie per liter. Dat betekent voor een wasstraat of wasplaats vrijwel altijd een klasse I coalescentieafscheider. Lees het verschil na in klasse 1 en klasse 2 olieafscheider.
Op het vuilwaterriool geldt in de praktijk 20 milligram olie per liter. Voor een wasstraat of wasplaats betekent dat vrijwel altijd een klasse I coalescentieafscheider.
Onderhoud: wat de norm minimaal eist
Een afscheider werkt alleen zolang hij niet vol zit. De slibvangput leegt u wanneer die voor de helft gevuld is, de olieafscheider bij een olielaag van ongeveer 80 procent. Daar bovenop hoort een halfjaarlijkse controle en, eens per vijf jaar, een keuring door een geaccrediteerd inspecteur inclusief lekkagetest. De inhoud is bedrijfsafval en gaat naar een erkende inzamelaar; de gegevens daarover bewaart u. Zo houdt u het rendement op peil en blijft u binnen de lozingseis. Wij maken die onderhoudsplicht praktisch op olieafscheider legen.
Van norm naar praktijk
- Olieafscheider capaciteit berekenen de formule NS = (Qr + fx x Qs) x fd, met rekenhulp.
- Olieafscheider legen: hoe vaak en wat kost het de onderhoudsplicht die de norm oplegt, praktisch gemaakt.
- Typen olieafscheiders coalescentie, zwaartekracht, bypass en lamellen naast elkaar.
- Olieafscheider verplicht? wanneer de wet en het bevoegd gezag een afscheider eisen.
Deze pagina is inhoudelijk gecontroleerd door onze specialist op 6 juli 2026.

