Op een tankstation kan hemelwater van het voorterrein brandstof en olie bevatten en moet het via een slibvangput en olieafscheider conform NEN-EN 858 worden gezuiverd. Hier draait de berekening vooral om het aangesloten oppervlak en de regenintensiteit, niet om proceswater. Vanwege de strenge lozingseis is een coalescentieafscheider van klasse I meestal de aangewezen keuze.

Oppervlak en regen bepalen de maat
Anders dan bij een wasstraat is de belangrijkste bron hier het hemelwater dat over het afgetankte terrein loopt. De norm rekent met het aangesloten oppervlak maal een vaste regenintensiteit. Hoe groter het verharde terrein onder de luifel en eromheen, hoe groter de afscheider.
Omdat brandstof licht is en de lozingseis streng, komt u bij een tankstation vrijwel altijd uit op een coalescentieafscheider die het restoliegehalte onder de vijf milligram per liter houdt.

Zekerheid richting bevoegd gezag
Een tankstation ligt onder een vergrootglas. Een berekening die klopt met de norm en een afscheider die de keuring doorstaat, zijn hier geen luxe maar noodzaak. Wij leveren de onderbouwing en de regie zodat u daar geen omkijken naar heeft.
Veelgestelde vragen: olieafscheider tankstation
Waarom een klasse I afscheider op een tankstation?
Brandstof is licht en de lozingseis streng, dus komt u vrijwel altijd uit op een coalescentieafscheider die het restoliegehalte onder vijf milligram per liter houdt.
Wat bepaalt de maat van de afscheider bij een tankstation?
Vooral het aangesloten verharde oppervlak onder en rond de luifel, maal de rekenregen uit de norm, niet het proceswater. Hoe groter het afgetankte terrein, hoe groter de afscheider.
Hoe vaak moet een olieafscheider gekeurd worden?
U controleert de installatie halfjaarlijks en laat hem elke vijf jaar keuren. Legen is nodig zodra de slibvangput ongeveer half vol is of de olielaag richting tachtig procent loopt.
Bereken uw capaciteit Offerte aanvragen
Deze pagina is inhoudelijk gecontroleerd door onze specialist op 6 juli 2026.

