Onafhankelijk platform voor olieafscheidersGratis capaciteitsberekeningBel 06 2000 61 71
Kennisbank

Olieafscheider of vetafscheider: het verschil

Kies op de stof, in drie stappen. Herkomst eerst: NEN-EN 858 sluit vetten en olien van plantaardige en dierlijke oorsprong uit, dus die horen bij een vetafscheider volgens NEN-EN 1825. Dichtheid daarna: boven ongeveer 950 kg/m3 komt de stof er in de verblijftijd niet meer uit. Vorm als derde: wat oplost of emulgeert vangt geen enkele afscheider. Stolt het product, dan mag het sowieso niet door een olieafscheider, want dan loopt de vlotterafsluiter vast.

Autobedrijf met showroom en aangebouwde werkplaats
Olie of vet: twee stoffen, twee normen, niet uitwisselbaar.

Niet de gelijkenis beslist, maar de stof

Twee betonnen bakken in de grond, allebei met een deksel en een slibvang, allebei bedoeld om iets tegen te houden voordat het riool het overneemt. Van bovenaf zijn ze nauwelijks uit elkaar te houden. Toch zijn het verschillende installaties, gebouwd op verschillende aannames, en de verkeerde keuze merkt u pas als de put overloopt of de handhaver een monster neemt.

De vuistregel dat olie naar de olieafscheider gaat en keukenvet naar de vetafscheider klopt, maar helpt u niet bij de stoffen waar het werkelijk om gaat. Frituurvet uit een industriele wasstraat is geen keukenvet. Biodiesel is geen diesel. Snijolie is vaak helemaal geen olie meer tegen de tijd dat hij bij de put aankomt. Voor die gevallen heeft u geen vuistregel nodig maar een volgorde.

Test een: waar komt de stof vandaan

Dit is de test die de norm zelf al voor u heeft gedaan. NEN-EN 858, de norm waaronder elke olieafscheider wordt ontworpen, gekeurd en gemarkeerd, sluit in zijn eigen toepassingsgebied drie dingen uit: stabiele emulsies, oplossingen van lichte vloeistoffen in water, en vetten en olien van plantaardige en dierlijke oorsprong. Die laatste categorie hoort onder NEN-EN 1825, de norm voor vetafscheiders.

Dat betekent iets ongemakkelijks voor wie op dichtheid afgaat. Olijfolie, palmolie, kokosvet en reuzel drijven prima op, want ze liggen met 890 tot 940 kg per kubieke meter ruim onder water. Op papier scheidt een olieafscheider ze dus af. Maar de installatie is er niet voor gebouwd en niet voor genormeerd, en dat is geen formaliteit. Wie een plantaardige stroom op een olieafscheider aansluit, heeft een installatie staan die buiten haar eigen toepassingsgebied werkt.

Test twee: hoe zwaar is de stof

Een olieafscheider werkt op niets anders dan het verschil in dichtheid. Water weegt ongeveer 1000 kg per kubieke meter. Benzine zit rond 720, diesel rond 850, motorolie rond 890. Dat verschil duwt de olie omhoog, en in de rust van de afscheider komt zij bovendrijven.

Hoe kleiner het verschil, hoe trager dat gaat. Vanaf ongeveer 950 kg per kubieke meter is de tijd die de vloeistof in de afscheider doorbrengt simpelweg te kort en spoelt zij er aan de andere kant weer uit. NEN-EN 858-2 rekent daarom met een dichtheidsfactor die de afscheider groter maakt naarmate de vloeistof zwaarder is. Boven die grens houdt het op. Dan staat er wel een afscheider, maar hij scheidt niets.

Test drie: in welke vorm komt de stof aan

De derde test wordt het vaakst overgeslagen en kost het meeste geld. Een stof die in water oplost, zoals alcohol of glycol, vormt geen aparte laag en is met zwaartekracht per definitie niet te vangen. Een stof die een emulsie vormt is nog vervelender, want die ziet er in de put uit als schoon water terwijl de olie er fijn verdeeld doorheen zweeft en gewoon meespoelt.

Reinigingsmiddel, ontvetter en koelsmeermiddel doen dat. Zij binden de olie aan het water, en daarmee is het spel uit voor elke gravitaire afscheider, hoe groot u hem ook maakt. Op dat punt gaat het gesprek niet meer over afscheiders maar over de lozing zelf: emulsie breken, apart opvangen, of het proces aanpassen.

Waarom stollen het echte verschil is

Er is een reden waarom een vetafscheider met stollend vet omgaat en een olieafscheider niet, en die zit in de techniek. In een vetafscheider mag het vet stollen. Dat is zelfs de bedoeling: het koelt af, het stijgt, het vormt een laag, en die laag wordt eruit gezogen. De installatie is daarop gebouwd.

Een olieafscheider heeft bewegende delen die dat niet verdragen. De drijflaagafsluiter is een vlotter die zakt naarmate de olielaag dikker wordt en de uitlaat afsluit voordat er olie doorschiet. Een klasse I afscheider heeft daarbij een coalescentiefilter, een korf met een fijne structuur die kleine oliedruppels laat samenvloeien. Stolt uw product in de put, dan loopt die vlotter vast en slaat dat filter dicht. Dan sluit de afscheider af terwijl er nog niets aan de hand is, of hij sluit juist niet meer af terwijl er wel iets aan de hand is. Beide zijn duur.

De praktische vraag is dus niet of een stof kan stollen, maar of het stolpunt boven de laagste temperatuur ligt die uw installatie in januari haalt. Een put in de buitenlucht zit in de winter rond de acht graden. Een product dat bij twintig graden vast wordt, is daar geen vloeistof meer.

De vier gevallen waar het misgaat

Frituurvet is plantaardig en hoort dus bij een vetafscheider, ook als het uit een industriele installatie komt en niet uit een keuken. Let wel op wat er nog meer in dat water zit: komt er reinigingsmiddel bij, dan verschuift de vraag naar test drie en wordt de emulsie het probleem, niet het vet.

Palmolie is het schoolvoorbeeld waar tabellen op stuklopen. De dichtheid ligt rond 900, dus op zwaartekracht drijft het keurig op, en dat verleidt tot de conclusie dat een olieafscheider volstaat. Dat is de verkeerde volgorde. Palmolie is plantaardig, dus test een is al beslist voordat u naar de dichtheid kijkt. Dat het bij lagere temperaturen half vast wordt, is de tweede reden, niet de eerste.

Biodiesel lijkt de uitzondering op test een, en dat is het niet. FAME wordt weliswaar uit plantaardige olie gemaakt, maar het is chemisch omgezet tot methylester. Het is geen triglyceride meer, het stolt niet bij kamertemperatuur en het gedraagt zich als brandstof. Daarom loopt biodiesel via de olieafscheider en niet via de vetafscheider. Wel met een kanttekening: FAME scheidt trager af dan minerale diesel, en in Duitsland kennen afscheiders daarvoor een aparte biodieselgoedkeuring en een zwaardere rekenfactor. Vraag dus naar het bijmengpercentage, want bij een hoog aandeel is een standaardberekening te krap. De ruwe plantaardige olie waar de biodiesel van gemaakt is, hoort wel gewoon bij een vetafscheider.

Snijolie tot slot is meestal helemaal geen keuze tussen twee afscheiders. Zuivere snijolie is mineraal, niet mengbaar met water en drijft op, dus die past bij een olieafscheider. Maar het merendeel van wat in de metaalbewerking wordt gebruikt is emulgeerbaar en komt als melkwitte emulsie bij de put aan. Dat is precies wat NEN-EN 858 uitsluit. Daar helpt geen enkele afscheider en moet de emulsie eerst gebroken of de vloeistof apart afgevoerd worden.

Wat u doet als u het niet weet

Er is een casus die wij al jaren als maatstaf gebruiken. Een bedrijf vroeg een afscheider aan voor een terrein van bijna vijfduizend vierkante meter en leverde een lijstje stoffen aan: een methylester, een vetalcohol, methanol, destillaten en chloorbleekloog. De methylester zou een dichtheid van 0,99 hebben, de vetalcohol zou bij dertig graden stollen.

Wie dat lijstje naast de drie tests legt, ziet het probleem meteen. Methanol lost volledig op in water en is dus met geen enkele afscheider te vangen. Chloorbleekloog ook. De destillaten drijven prima op. De ester en de alcohol stollen bij temperaturen die een buitenopstelling in Nederland moeiteloos haalt. En die dichtheid van 0,99 paste niet bij de literatuurwaarden voor een ester van die ketenlengte, wat betekent dat het opgegeven getal waarschijnlijk van een ander product kwam.

De ervaren beoordelaar stelde toen geen technische vraag maar een praktische: in welke hoeveelheden en in welke verhouding tot de gewone olie komen deze stoffen voor, en wat gebeurt daar precies. Zijn conclusie stond eronder in vier woorden. Geen antwoord is geen offerte. Dat is nog steeds het beste advies in dit vak, want een afscheider die op een onbekende stof wordt gedimensioneerd, is een afscheider die op papier klopt en in de praktijk niets doet.

Voor uw eigen situatie hoeft u niet veel meer te weten dan dit. Pak het veiligheidsinformatieblad van de leverancier erbij en zoek vier dingen op: de herkomst van het product, de dichtheid, de oplosbaarheid in water en het stol- of vlampunt. Daarmee komt u er in de meeste gevallen uit. Komt u er niet uit, dan is dat geen reden om toch maar iets te bestellen.

Verder lezen

Wilt u dit voor uw eigen situatie laten uitrekenen?

Wij rekenen onafhankelijk volgens NEN-EN 858 en verbinden u met de juiste partij.

Kunststof HDPE olieafscheider met opzetstuk en gietijzeren deksel, opgesteld op een bouwterrein
Van lezen naar rekenen

Uw eigen situatie natrekenen

Kennis is de helft. De andere helft is uw oppervlak, uw waterstroom en de klasse die het bevoegd gezag van u vraagt. De rekenhulp doet dat volgens NEN-EN 858-2, zonder dat u iets hoeft af te nemen.